Zondag 18 april was een datum die om veel redenen speciaal was, ten eerste mochten we na drie weken weer lekker rugbyen en wel tegen onze ‘voortreffelijk macaroni makende’ vrienden uit Gouda. Daarnaast waren onze oude clubiconen: Han, Harry, Matthijs, Job en Joop opgetrommeld om mee te genieten van bier, rugby en een strak blauwe hemel vol vulkanisch as. Helaas werden er ook enkele actieve rugby carrières afgesloten van onze hedendaagse clubiconen: Maus, Lennart, Damian en Dimitri. Eeuwig zonde dat deze helden om uiteenlopende redenen gaan stoppen, gelukkig stonden er weer drie nieuwe jeugdige leden op het veld om hun gemis te verzachten, namelijk: Bobby, Bart en Bert!
Tot slot zou de dag niet misstaan als script voor een film van Wolfgang Petersen, een heus Grieks mythologisch epos over de 13 uitdagingen van ene Coenelinos van der Kampos gespeeld door Brad Pitt. In dit epos moet de held van het verhaal, extreme beproevingen doorstaan om uiteindelijk de overtocht over de rivier de Styx te maken. Aan de overkant van die rivier wacht de onderwereld, beter bekend als een wereld zonder rugby. Een hels oord, waar velen snel weer van terug komen. Brrrr….
Voor de rest kon de dag echter niet beter beginnen, want de bus waar velen nog goede herinneringen aan hebben, stond weer paraat met niemand minder dan onze oude vertrouwde buschauffeur. Het bier vloeide al rijkelijk voor dat we überhaupt de Papendrechtse brug over waren en de sfeer zat er dus gelijk al goed in. Eenmaal in Gouda aangekomen moest natuurlijk eerst even en masse het territorium afgebakend worden, wat bijna leidde tot een urinedijkdoorbraak. Na het socializen met onze Goudse vrienden (die onder de indruk waren van onze bus, een object wat hun stad vreemd is, dankzij de zekere capuchonberber) en nog meer bier, was het tijd om lekker te gaan ballen. De bidons werden gevuld met golden power, de televisieploeg stond paraat en het poortje werd gevormd. ‘Is dit de samenvatting van de wedstrijd?’ visualiseer ik jullie denken. Neen! dit moest voor de film, waarom is me een raadsel.
Met 23 spelers hadden wij er tien meer als Gouda, dus mochten er twee spelers het groen/blauw dragen. De wedstrijd ging van start en Gouda wilde direct laten zien, waarom zij derde klasse spelen en wij in de vierde. Al snel kregen we twee tries om de oren en toen werd het tijd voor ons om punten te drukken. Dit was een mooie try van Pieter en de kick werd gescoord door Patrick. Na even plagiaat plegen op de website van Gouda, kan ik melden dat de ruststand 22-27 voor ons was. Tries kwamen op naam van Coen, Tom, Patrick en mijzelf. In het tweede bedrijf (of tellen die bier stops ook mee?) kwamen hier nog tries bij van Paul, nieuweling Bobby en twee tries van Coen, die dus even aantoonde dat hij helemaal niet mag stoppen. Eindstand 39-55 een mooie indicator dat wij gewoon in de derde klasse horen te spelen.
Na de wedstrijd erg veel speeches gehoord over wie we allemaal lief vonden en heel erg gaan missen. Het leek verdomme de kersteditie van ‘All you need is love’ wel, helemaal toen er twee broers nog uitgebreid gingen staan tongen. Zouden ze het hierom french kissing noemen? De kannen met bier gingen erg hard leeg, behalve één die werd bijgevuld door Chief. Ik wil verder niet niemand demoniseren, maar dit schreeuwt om een wraakactie. De overwinnings chansons schelden weer door de speakers van bus en met een groen/blauw ding armer, een hele berg ‘blauwe ding replica’s’ en dames wc-bril rijker, vertrokken we richting Papendrecht. In dit nomraal gesproken rustige gehucht toonden onze oude helden nog even trots hun fallussen aan de onschuldige buurtkindertjes. Een mooie afsluiter voor dit stuk zal daarom ook zijn, ik citeer: ‘Piemel in de mond!’